Tag Archives: school

Naar school

‘Ik zal mijn vriendjes van het kinderdagverblijf wel missen.’
‘Ja, maar we kunnen heus nog wel eens afspreken hoor.’
‘Nu moet ik aan die kindjes vragen of ze mijn vriendje willen worden. Maar dan zeggen sommige kinderen nee en misschien zeggen ze allemaal nee.’
‘Dat zal wel meevallen,’ zeg ik iets stelliger dan ik me voel, ‘je leert ze snel genoeg kennen. En dan merk je vanzelf wie je aardig vind – en wie het leuk vindt om met jou te spelen.’

De avond voor ze voor het eerst gaat wennen op school, heeft ze buikpijn en kan ze niet slapen. We nemen haar uiteindelijk maar een tijd bij ons in bed. Ik aai zachtjes over haar buikje, haar wang en haar haar en denk terug aan hoe ze naast me lag toen ze pasgeboren was.

De volgende ochtend ga ik met haar mee naar school. De juf verwelkomt ons en laat zien dat er aan de kapstok al een luizenzak klaarhangt met Bloems naam erop en een stickertje erbij. En in de kring staat een stoeltje – ook met haar naam en met een stickertje met hetzelfde plaatje. Ik ga zitten op Bloems stoeltje en lees een verhaaltje voor – totdat de juf gaat beginnen. Ik vraag Bloem of ze nog even op schoot wil zitten, of dat ik nog even op een tafel net buiten de kring zal gaan zitten. Maar nee, ik moet helemaal weg, want de juf gaat beginnen en alle andere ouders lopen ook het lokaal uit! Dus sta ik onverwacht snel buiten. Door het raam zwaai ik nog even naar haar. Ze zwaait vrolijk terug. Uh – nou – dan ga ik maar aan het werk.

Als ik haar aan het eind van de ochtend ophaal, rent ze stralend op me af. ‘Kijk, ik heb een sticker verdiend! En ik heb met een meisje gespeeld!’ Hoewel ik er ergens wel vertrouwen in had dat het goed zo komen, valt er toch een pak van mijn hart.

Maar leuk vind ik het nog steeds niet. Vanochtend had ik een laatste oudergesprek met één van Bloems vaste leidsters van het kinderdagverblijf en ik kon een paar tranen niet onderdrukken. We hebben enorm geboft met Bloems leidsters – ze is dol op ze en wij stiekem ook. We lieten haar altijd met gerust hart achter. Ze was in goede handen en kon er naar hartelust spelen èn zich ontwikkelen.

Nu wordt onze peuter een kleuter. Ik weet dat ze bij de kleuters heus ook nog wel spelen, maar toch voelt het beklemmend, als het begin van ‘het moeten’, dat nooit meer ophoudt. Wat zou ik graag willen dat ze nog een jaartje drie bleef. Dat ze nog niet aan kleuter-citotoetsen wordt onderworpen (we leven in doorgeslagen maatschappij als je het mij vraagt). Dat ze nog wat langer zo heerlijk onbezorgd bleef.

Maar ja, aan de andere kant is ze er misschien ook wel aan toe een stapje verder te gaan. Ze wijst enthousiast letters aan op straat en afgezien van de keer dat ze riep dat ze geen huiswerk wilde, niet naar school wilde, niet wilde studeren en niet wilde werken (tja, dat heb je als je je grote zus met tegenzin huiswerk ziet maken) – afgezien van die keer kan ze nu eigenlijk niet meer wachten om ‘helemaal’ naar school te gaan. Zeker niet nu ze voor haar verjaardag een mooie schoolrugzak, broodtrommel en drinkbeker heeft mogen uitkiezen.

Morgen gaat ze nog één dagje naar haar vertrouwde groep en dan moeten we er toch echt aan geloven. Ik neem nog maar een glas wijn. Loslaten valt niet mee.

Catharsis

Als ik thuiskom geven Bonkje en Bloem net een dansvoorstelling voor oma, opa en pup Vief – die het liefst mee zou doen maar stevig wordt vastgehouden. Bloem heeft haar Jip-en-Janneke-pyama al aan, klaar om naar bed te gaan, en hupst enthousiast op en neer terwijl ze haar armpjes druk heen en weer zwaait.
‘Mama!’ roept ze lachend, zodra ze me ziet. Op haar mollige beentjes komt ze naar me toegerend, vleit zich even tegen me aan en holt dan snel weer naar haar plaats om door te ‘dansen’.

Bonkje had het blijkbaar warm gekregen en staat alleen nog in haar rokje en hemd te dansen.
‘We waren net aan het dansen mama!’
‘Ik zie het – en mocht de muziek zomaar zo hard aan?’
‘Dat weet ik niet’
‘Eventjes’, zegt oma, ‘alleen voor de voorstelling’.
Ik ga naast oma op de bank zitten. Bonkje danst nog even door, maar dan klimt ze op schoot, terwijl ze over de muziek heen iets probeert te vertellen.

‘Wat zeg je? Zet de muziek eens wat zachter, dan kan ik je verstaan’.
Bonkje zet de muziek een miniscuul beetje zachter.
‘Zet maar even uit’, zegt opa, ‘dan kan ik het ook horen’.

‘We hadden muziekles aan het eind en toen moest de halve klas huilen’.
‘Huilen?’ zeg ik verbaasd. Ik kijk naar oma, die met een twinkeling in haar ogen zit te luisteren. Bonkje heeft zich inmiddels bij haar op schoot genesteld. ‘Maar waarom dan?’
‘Nou, we gingen blije en bange en verdrietige muziek luisteren en toen moest je er iets bij tekenen en toen ging meisje1 opeens heel hard huilen en daarna meisje2 en toen ik en toen moest meisje4 ook heel hard huilen en toen begonnen jongen1 en meisje5 en jongen2 ook!
‘Jullie moesten allemaal huilen?’ zeg ik, terwijl ik begin te lachen. Bloem, die nu ook op schoot is geklauterd en helemaal niet snapt waar het over gaat, lacht hard mee.
‘Ja!’
‘En wat deed de juf toen?’
‘Die zei: we zullen maar snel weer een vrolijk muziekje opzetten!’
Ik zie het helemaal voor me – de juf die een leuke muziekles heeft voorbereid en plotseling met allemaal snikkende kinderen zit.
‘Wat had jij dan getekend; waar moest jij om huilen?’
‘Ik had Zoeff getekend en een kruis en ik moest denken aan hoe ziek ze werd en dat ze toen een prik kreeg en doodging en later Bologna ook. Maar de tekening heb ik niet meer, die heb ik verscheurd.’
‘En waar moesten de andere kinderen om huilen?’
‘Dat weet ik niet precies, want niet iedereen heeft het verteld, maar bij iemand was haar oma dood gegaan en bij anderen ook zoiets.’

Bonkje was met roodomrande ogen en geflankeerd door twee vriendinnen naar buiten gekomen.
‘Ik dacht: wat is er nú toch aan de hand’, zegt oma, die haar uit school kwam halen, ‘en een vader die naast me stond en zijn kind huilend naar buiten zag komen, keek alsof hij het liefst eens even een hartig woordje met de juf wilde wisselen.’
‘En de moeders?’ vraag ik aan oma.
‘Die moesten er wel een beetje om lachen’.

Gelukkig kan Bonkje er inmiddels ook weer om lachen.

Ik vraag me af wat de juf dacht, toen iedereen en masse in tranen uitbarstte. Als ik haar binnenkort zie, ga ik het haar zeker vragen.
Oh, if only I could have been a fly on the wall…

Rekenen

We zitten aan tafel en eten allebei een mandarijn. Het gesprek komt op Pippi Langkous. Op twee boeven die bang zijn voor meneer Nilsson – Pippi’s aapje – en die besluiten dat het veiliger is om ‘s nachts terugkomen om bij Pippi in te breken. Maar bij Pippi kun je beter helemaal niet inbreken. Pippi gooit één van de twee boeven hopla op de kast. Bonkje zou nóóóóit inbreken bij Pippi. Want Pippi is heel sterk. Maar Pippi gaat niet naar school. Bonkje wel. Bonkje zit al in groep 2.

“Ik vind Pippi de allerdomste op de wereld”, zegt Bonkje.
“Hoezo?” vraag ik.
“Omdat ze niet kan rekenen en niet kan schrijven. En omdat ze denkt dat ze een aapje mee mag nemen naar het kinderhuis. En een paard.”
“Mag dat niet?”
“Nee, dat mag toch helemaal niet!”
“Maar mama kan ook niet zo goed rekenen. Vind je mama dan ook de allerdomste van de hele wereld?”
“Nee, want jij kan wél schrijven! En ik kan je best wel leren rekenen hoor, want ik weet al heel goed hoe dat moet.”

Bonkje steekt één voor één vier vingers van haar ene en dan vier vingers van haar andere handje omhoog.
“Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht. Kijk, vier plus vier is acht!”
“Ja, ik zie het.”
Dan steekt ze van beide handjes drie vingers in de lucht.
Ze kijkt me verwachtingsvol aan en vraagt: “En drie plus drie is?”
Als ik niet meteen iets zeg, verklapt ze me fluisterend het antwoord: “Vijf!”
“Drie plus drie is vijf? Volgens mij klopt dat niet helemaal” zeg ik.
Bonkje telt het na op haar vingers.
“O nee, drie plus drie is zés!”

Nieuwsgierig hoe de naam Bonkje is ontstaan? Lees dan het eerste Bonkje verhaal